een verscheurde tekst in een vitrinekastje. de wiener gruppe op de tentoonstelling 'visionair oostenrijk'

Op de Biënnale van Venetië in 1997 stond het grote, wit geschilderde Oostenrijkse paviljoen leeg. Op de plaats waar je normaal kunstwerken verwachtte, lag een enorme stapel zwarte boeken, elk boek 6 cm dik, 3,5 kilogram zwaar. Er stond een bordje bij met de uitnodiging er een van mee naar huis te nemen. Marcel Duchamp, die eens naast een afgietsel van een vrouwenborst een kaartje plaatste met het opschrift 'Prière de toucher', werd hier overtroffen: 'Prière d'emporter'. Het duurde geen drie maanden of de hele voorraad was op. Wie het paviljoen binnenging, kon alleen nog naar een paar beeldschermen kijken: 'Die Wiener Gruppe. Ein Moment der Moderne. 1954-1960'. Een laat eerbetoon, of beter: een eerherstel. Want in de jaren vijftig en zestig was men de experimentele schrijvers H.C. Artmann, Friedrich Achleitner, Konrad Bayer, Gerhard Rühm en Oswald Wiener liever kwijt dan rijk. 'In Österreich brauch ma des ned.'

In het voorjaar 1998 was op de tentoonstelling Austria im Rosennetz, in het Paleis voor Schone Kunsten te Brussel, iets meer te zien van die legendarische groep. Een affiche van hun eerste publieke lezing 'dichtung', met als versiering alleen een blauwgroene afgedropen verfstreek van Arnulf Rainer. Uitnodigingskaarten voor lezingen en tentoonstellingen, waaronder een concreet gedicht van Gerhard Rühm met twaalf keer in verschillende lettertypes en -groottes het woord 'jetzt' (nu). Aankondigingen van hun 'literarisches cabaret'. Een grote vierkante fotomontage van Rühm met deprimerende afbeeldingen van rampen, natuurgeweld en misvormde wezens, die de titel draagt In memoriam Konrad Bayer. Een karikatuur door André Thomkins van Oswald Wiener, zijn cilinderhoofd sterk aangezet - wie niet beter weet, zou denken: een goedmoedige idioot. Op de fotowand bij het buitengaan een wat nadrukkelijk geënsceneerde foto door de beatnik Padhi Frieberger: een herfstig stilleven, een afgeknotte boomstam in een dreef met herfstbladeren, een met ruwe takken ingelijst portret van Konrad Bayer naast een oude Remingtonschrijfmachine, waarin het enige boekje staat dat tijdens zijn leven het licht heeft gezien: der stein der weisen.

Een eerste vitrinekastje

Wie wordt er wijzer van zulke sporen? Wat doe je met een groep schrijvers in een tentoonstelling die de creatieve geest van Oostenrijk zichtbaar wil maken? Een geest met kronkels, obsessies, logica en banaliteiten, visioenen en briljante invallen. Harald Szeemann, de Zwitserse tentoonstellingsmaker met het patent op eigenzinnigheid, heeft enkele boeken en voorwerpen in een vitrinekastje gelegd, in de hoop dat ze de bezoekers intrigeren. Hij schrijft in de catalogus: 'Indien von Stroheim in zekere zin als leidmotief dient in het Rosennetz, tot het uiteenvalt, dan staat Konrad Bayer voor de periode daarna. Gevormd door het surrealisme, zoekend naar de plaats in de geest - en in het vlees - waarin links en rechts, boven en beneden, voor en achter, leven en dood niet langer als tegenstellingen worden waargenomen, opgezweept door de esthetiek van de krampachtigheid, maar tegelijkertijd door de onbepaaldheid van het onderzoekend oog, gefascineerd door de mogelijkheden van het verminkte lichaam bij Artaud, schiep hij een idioom vol tegenstellingen, even vervuld van imaginaire en analytische beelden als van hitte en koude' (blz. 56).

verscheidene lichamen treden op / elk van deze verscheidene lichamen heeft een bewustzijn (Konrad Bayer, voorwoord van de steen der wijzen)

In het midden van de vitrinekast ligt een bezemfetisj, die Bayer in 1960 heeft vervaardigd. Een kleine bezem van stro waarin hij twee blauwe poppenogen heeft gestoken. De borstel wordt een hoofd met lichtbruin haar, dat je uitdagend en spottend aankijkt. Op het lijf, een ingekorte borstelsteel, zijn hier en daar radertjes, scharniertjes en metalen wieltjes bevestigd. Misschien kan dat alleen in Oostenrijk: op ironische wijze iets knutselen dat eruitziet als volkskunst, magie bedrijven met de ingrediënten van een technisch tijdperk.

Magisch kun je veel teksten van de Wiener Gruppe noemen, als je er niets wazigs of atavistisch onder verstaat. Aan Blut und Boden of profetendom hadden de leden van de groep een hekel. Zij lazen Nietzsche ('de waarheden zijn illusies, waarvan men vergeten is dat ze het zijn'), Wittgenstein, Stirner (De enkeling en zijn eigendom) en zochten in antiquariaten en bibliotheken naar de 'andere' literatuur: dadaïsten, surrealisten, radicale expressionisten, maar ook barokschrijvers als de extatische psalmendichter Quirinus Kuhlmann of Franse auteurs als Sade, Baudelaire en Rimbaud. Een tijd lang beschouwden ze zich als taalingenieurs, gebruikten de woorden als werktuigen en wilden schoon schip maken met een literatuur die opvallend achterstond op de tijd.

'jetzt' (typocollage Gerhard Rühm)

Hun materiaal was de taal, onze tweede natuur, die ze met het ontleedmes te lijf gingen. In een eerste fase maken ze het woord los uit de hiërarchie van de zin, isoleren het op het witte blad, zodat het opnieuw zijn volle kracht krijgt en sterke associaties wekt. Vooral Gerhard Rühm, componist en bewonderaar van Webern, toont een feilloos gevoel voor de expressiviteit van spraakklanken, maakt klankgedichten, 'coole poëzie', constellaties van woorden, ideogrammen en tekstbeelden zoals 'jetzt' - een poging om het nu zichtbaar te maken. Ze zijn de geschiedenis ingegaan als concrete en later visuele poëzie. Rühm overschrijdt de grenzen tussen literatuur, beeldende kunst en muziek. In de vitrine liggen een paar van zijn schrifttekeningen, maar hij maakt ook objecten en tekst-fotocombinaties. Een deel van zijn werk kun je 'lezen', een deel komt pas tot zijn recht als het wordt tentoongesteld of uitgevoerd.

De Gruppe ontdekt de waarde van het dialect voor de moderne literatuur, de klankrijkdom van het Weens, de nuances van de gesproken taal met eigen associaties, die een andere laag van het bewustzijn aanboren. Verschillende teksten schrijven ze gezamenlijk; individualiteit is geen literaire imperatief. De streng analytische Robert Musil, schrijver van De man zonder eigenschappen, vond dat voor intellectuele creativiteit een bepaalde dosis 'Schmutz' (vuiligheid) nodig is. Het dialect biedt er genoeg.

Zo doorprikt Rühm het cliché van het walsende Wenen aan de mooie blauwe Donau:

waun s / aun da schenan blaun donau / schdinggd

daun / hod da johann schdrauss / im soag / an schas lossn

Het verschil met de 'chemisch gereinigde' experimentele teksten van bijvoorbeeld de Zwitserse concrete dichter Eugen Gomringer of de Duitser Helmut Heißenbüttel is duidelijk. Toen H.C. Artmann met zijn eigen dialectgedichten in de bundel med ana schwoazzn dintn ('met zwarte inkt') succes oogstte bij het grote publiek, was dat voor de overige groepsleden een reden om er voorzichtig mee om te springen. Ze bewonderden Artmanns speelse vindingrijkheid, zijn belezenheid en zijn onvermoeibare dichterlijke drive, maar hun hang naar reflectie, hun radicaliteit en grondslagenonderzoek door middel van kunst deelde hij niet.

Naast Artmanns dialectbundel met zijn kleurrijke volkse omslag ligt in het vitrinekastje een strak tijdschrift dat alleen maar de titel draagt edition 62. Het nummer bevat vooral montageteksten. Artmann had antiquarisch een negentiende-eeuws leerboek van het Boheems op de kop getikt. De vrienden merkten dat lijstjes van losse zinnen, na elkaar gelezen, vervreemdende combinaties vormden, staken het toeval een handje toe, en hun eerste montage was geboren. De tekstvorm die het heterogene bij elkaar voegt, brengt de lezer ongemerkt op een metaniveau. Je brengt verbanden aan, ziet samenhang, dubbele bodems, breuklijnen die het betekenisaanbod van een normaal geconstrueerde tekst ver overstijgen. Voor Konrad Bayer werd de montagetechniek een beslissend procédé, dat hem ook in zijn latere 'vrije' proza zou beïnvloeden. Hij bracht die techniek tot een hoogtepunt in zijn omvangrijke montagetekst der kopf des vitus bering.

Bayer kiest de figuur van de Deense ontdekkingsreiziger in dienst van de Russische tsaar als een punt van waaruit je verbanden kunt liggen, zoals een visser een net uitwerpt in de hoop dat hij iets vangt. Hij dicht de epilepticus Vitus Bering de eigenschappen van een sjamaan toe. 'Als u me vraagt wat het is', schreef hij aan Otto Breicha, 'misschien een schedelopening'. Wie de tekstfragmenten van wisselende lengte doorneemt, die alsmaar geïsoleerder op de witte bladzijden staan, overschrijdt als een sjamaan de grenzen van tijd en ruimte. De lectuur wordt een moderne extasetechniek, die onze voorstellingen van mens, geschiedenis, aarde en kosmos tijdelijk uit hun klem van taal bevrijdt.

opdrijving van het ideale zintuig

de keizer, door gods plaatsvervanger op de planeet aarde met olie gezalfd, had de belangrijke taak orde te houden. op het einde van de eeuw vaardigde de tsaar een verordening uit voor de algemene straatverlichting. en god sprak: daar zij licht. (Konrad Bayer, begin van het hoofd van vitus bering)

Een tweede vitrinekastje

Een tweede vitrinekastje toont de aankondiging, programma's en foto's van de zogenaamde literaire cabarets in 1958 en 1959, waaraan Artmann al niet meer deelnam. De benaming was een lokkertje, want wat er plaatsvond had maar weinig met literatuur en helemaal niets met cabaret te maken - op de verwijzing naar het schokeffect van het dadaïstische Cabaret Voltaire na. De bedoeling was 'werkelijkheid' tentoon te stellen en bijgevolg uit te schakelen. Het publiek werd als toneelgroep beschouwd, de leden van de Gruppe waren de toeschouwers. Ze maakten reclame voor zichzelf, zongen absurde chansons, confronteerden beschrijvingen met gebeurtenissen ('friedrich achleitner als biertrinker'), gingen een vleugel met bijlen te lijf en stelden op alle mogelijke manieren het geduld en het verwachtingspatroon van het publiek op de proef. Het waren, achteraf bekeken, de eerste happenings in Europa, die vooruitwezen naar het Weense actionisme van de jaren zestig.

'klavierzertrümmerung' (2. literarisches cabaret) - foto Franz Hubmann

Het streven van de Wiener Gruppe om de grenzen tussen kunst en leven te overschrijden maakt haar tot een echte avant-gardebeweging, in tegenstelling tot het latere, vrijblijvender postmodernisme. In Wieners 'coole manifest' wordt het banale tot het wezenlijke verklaard; Rühm en Wiener signeerden allerhande gebruiksteksten als literatuur. Bayer wou een biljet van 20 schilling in een galerie tentoonstellen en het dan als kunstwerk duur verkopen (concept art!). Hij plande een Konrad Bayer-krant met uitsluitend eigen teksten, die hij 's nachts stiekem als koekoeksei in de krantenkorven wou leggen, en concipieerde een concert voor zangvogels en metronomen. De functionalistische benadering van taal maakte bij Wiener en Bayer stilaan plaats voor taalscepsis, twijfel aan de mogelijkheid tot communicatie.

Oswald Wiener vernietigde zijn literaire productie en begon vanaf 1962 aan die verbesserung von mitteleuropa, roman - een grillig conglomeraat van aforismen, essayistische fragmenten, polemische uitvallen, filosofische overpeinzingen, mini-essays, beschrijvingen, (pseudo)herinneringen en ontwerpen.

De omslagfoto van de pocketuitgave toont hem met een zware hamer in de hand op puin tussen half afgebroken huizen. Als een doorgedreven anarchistische 'schrijver met de hamer' onderneemt hij een vermetele poging om de 'heilige drievuldigheid staat, taal en werkelijkheid' op alle fronten aan te vallen. Taalkritiek wordt maatschappijkritiek. In alle mogelijke taalregisters en idiomen, van kindertaal, schimpwoorden, woordspelingen, obsceniteiten en wetenschappelijk jargon tot filosofische begrippen. Bewust fragmentair en chaotisch: 'een heldere zin laat vermoeden dat hij ontoereikend is'. Het boek probeert aan elke systematisering en vastlegging te ontsnappen.

men moet dit, men moet dat.

daar heb je bijvoorbeeld dit geschrift: ettelijke zinnen zijn je opgevallen, je kunt ze misschien zelfs citeren (weg met de citaten!) hoekpunten van een illusoire continuïteit. wat er verder nog was ben je al vergeten; daarnaar gevraagd, zou je het wezen van dit ding uitvinden, je indruk tot woorden gemaakt, zo doe je het met al wat je tegenkomt jij kwiet.

Wiener ontwerpt aan het eind zijn zogenaamde 'bio-adapter', een soort gelukspak dat voor de mens de buitenwereld vervangt en alle wensen van het ingesloten individu vervult. Uiteindelijk bouwt het, via een aansluiting op zijn zenuwcellen, diens bewustzijn volledig om. In het licht van de virtuele realiteit een niet van ironie gespeende profetie: 'het bewustzijn, dit koekoeksei van de natuur, verdringt dus ten slotte de natuur zelf... zo rust nu het bewustzijn, onsterfelijk, in zichzelf en creëert zich voorbijgaande voorwerpen uit zijn eigen diepten'.

omslag pocketuitgave 'die verbesserung von mitteleuropa, roman' (Oswald Wiener)

Drie polaroids met verschoten kleuren in de vitrinekast herinneren aan Konrad Bayer: één toont hem in zwembroek vóór het half vervallen slot Hagenberg in Neder-Oostenrijk, een andere zijn schrijfmachine in de kamer waar hij schreef aan der sechste sinn. Op de derde staat een stoet rouwenden bij Bayers uitvaart op het Weense kerkhof Hernals in 1964.

de tijd is een vast lichaam waarin we ons bewegen, had goldenberg geweten, toen hij nog leefde. of is hij onze gelijkenis, die ons pas geleidelijk bewust wordt? piekerde dobyhal.

weg met de beelden, riep dobyhal luid. enkele verschijnselen, die de gestalte van zijn vrienden droegen, onderbraken hun eenvoudige passen. ze deugen allemaal niets, concludeerde dobyhal en sloot de ogen.

Zo eindigt, op een alleen in facsimile weer te geven slotpagina na, het zesde zintuig, het verhaal over Franz Goldenberg, Nina, Dobyhal, Oppenheimer en vele anderen, dat in de ondertitel 'een roman' wordt genoemd. Wie wil, kan het lezen als relaas van de Weense artistieke bohème, haar levenswijze in de stad en op het platteland, een staalkaart van experimenten met relaties, opvattingen, waarnemingen en gevoelens. Maar zo'n biografische lectuur ziet over het hoofd dat Konrad Bayer ook hier een tekst construeert. Door stukken taal te combineren en te variëren probeert hij een blik te werpen achter de schermen van het conventionele denken, en inzicht te krijgen in de mechanismen die ons sturen. Terwijl hij vertelt, tast Bayer de raakvlakken af tussen de fysische wereld, de werkelijkheid die in de communicatie ontstaat, en het bewustzijn. De roman trekt een parallel tussen het gedwongen verabsoluteren van het ogenblik in de waarneming en de tirannie van het woord, bepaald door maatschappelijke conventies. Kun je daaraan ontsnappen, of is vrijheid slechts een illusie?

hij hief een voet op zoals vaak tevoren en begreep niet wat hem bij elkaar hield, wat hem niet liet instorten, zijn hand naast zijn voet, zijn schedel naast het vlees van zijn wang, ja zo zou het kunnen zijn, zo zal het daar liggen, waartoe de zwaartekracht als ze me niet op de knieën dwingt, vasthoudt, een dunne vlade op het oppervlak van de magnetische berg, allemaal leugens, niemand houdt me vast, schreeuwde goldenberg in gedachten en stootte zich af van de planeet aarde. nadat hij was gestegen tot een hoogte van 35 cm en even ver de trawant maan genaderd was, vergeefs proberend gebruik te maken van diens geringe aantrekkingskracht, die niet eens het zweet op zijn voorhoofd tot vloed kon brengen, trad deze ruimtevaart in haar tweede fase en het schip goldenberg daalde onstuitbaar naar de geasfalteerde aardkorst, landde veilig op een been, het tweede volgde seconden later. heimat, dacht goldenberg met tranen van ontroering.

Het zesde zintuig, hoe existentialistisch en revolterend ook, is geen boek vol kommer en kwel. Talrijke passages vertonen een lucide luchtigheid, die je ook gewoon poëtisch mag noemen.

hand in hand schreden nina en goldenberg door het bos dat gloeide in het avondrood. nina vlijt zich in franz en zegt: franz is de beschermheilige van de dieren. daar komen de vogels, de slangen, de schildpadden, de katten, de honden, de pauwen, de vissen, de olifanten en de vlinders uit de wolken, het struikgewas, griekenland, het mandje, het hok, de tuinen, de rivieren, afrika en de rozen. / 'maar ik ben geen christen' loog goldenberg. / daar vlogen, kropen, kropen, slopen, liepen, gingen, zwommen, sjokten en fladderden de dieren weer verdrietig naar huis.

'zoals in china', dacht goldenberg en hij zei het ook, hoewel hij nooit in dat land was geweest. is het een land, dacht goldenberg later, of een stemming. het wordt een land, als ik ernaartoe reis. van tevoren is het een stemming die ik china mag noemen tot ik ernaartoe reis en ze een andere naam moet geven. maar toen zei hij het en de anderen keken naar het spiegelende wateroppervlak, de takken, het maanloze nachtgordijn, en de sterren vielen achter de aarde in het wereldruim.

In het midden van de vitrinekast op Austria im Rosennetz ligt onder de bezemfetisj, in potlood geschreven op een slordig stuk papier, een programmatische tekst van Konrad Bayer - tegelijk utopisch en verscheurd.

omdat de wereld fantastisch moet zijn, omdat hij dan beter is. maar alsjeblieft niet exotisch en ook zonder tropische bloemen enkel vol fantasie en helemaal niets is zeker en niemand weet wat wat is en wat zijn zal en zonder eigenschappen en zonder handelingen en geen dingen en geen categorieën en alles is helemaal anders maar niet mystiek en de boom is groen is klote maar helemaal anders je moet dingen in de wereld laten en er niet uitnemen en alles moet anders zijn en beter. ja, ik stel me voor dat ik in een blauwe kamer zit en het is blauw niet diep en de gewaarwording is prima en de werkelijkheid

Wellicht is het die utopische beweegkracht geweest die de filosoof Ernst Bloch, toen al 78, enthousiast liet reageren toen Bayer in 1963 enkele fragmenten uit het zesde zintuig voorlas voor de Gruppe 47. Nog vóór hij het boek had gelezen, had uitgever Rowohlt, gefascineerd door zijn persoon, hem een contract aangeboden. Bayer stond onder druk, trok zich terug in slot Hagenberg om zijn roman af te werken. Op 10 oktober 1964 reed hij terug naar Wenen, sloot alle ramen en deuren hermetisch af, opende het gas en legde zich op een veldbed. 'Konrad', zei Artmann eens, 'was een engel die zich in de hel gewaagd heeft. Hij heeft het niet gehaald'.

De Wiener Gruppe loste zich met de dood van Bayer definitief op. In de jaren zestig en zeventig deden Duitse en Zwitserse uitgevers wat de Oostenrijkse hadden vertikt: hun teksten op een fatsoenlijke manier uitgeven. Hun invloed op de Duitstalige literatuur van de laatste decennia - Handke, Jelinek, Czernin, Franzobel, Sebald om er maar enkele te noemen - is onmiskenbaar. H.C. Artmann, Gerhard Rühm en Oswald Wiener (eens staatsvijand nummer één) hebben ieder de grote Oostenrijkse staatsprijs gekregen. Bij ons kennen enkelen hen als writer's writers. Misschien is de tijd rijp om hen ook hier te gaan lezen. Bij een generatie lezers die gewend is aan hypertekst, snelle beeldmontage en filosofische deconstructie maakt hun werk nieuwe kansen.

 

Literatuur

Die Wiener Gruppe. Texte Gemeinschaftsarbeiten Aktionen (Rowohlt, 1985), uitgegeven door Gerhard Rühm, bevat een keuze uit het literaire werk, met interessante inleidingen. De boekcatalogus die wiener gruppe. ein moment der moderne 1954-1960, die ook ingaat op het visuele werk en de 'Aktionen' werd herdrukt en verscheen in 1998 bij Springer Verlag in Wenen (ISBN 3-211-83021-9). Er hoort een cd-rom bij met o.m. films en interviews. Konrad Bayers Sämtliche Werke zijn in 1996 uitgegeven bij Klett-Cotta. Bij uitgeverij Deuticke in Wenen verscheen een afzonderlijke uitgave van der sechste sinn. Uitgeverij supposé in Keulen bracht een dubbel-cd uit met alle fragmenten die Bayer uit der sechste sinn heeft voorgelezen. Een uitstekende bloemlezing in Engelse vertaling is gepubliceerd bij Atlas Press, Londen (Selected Works of Konrad Bayer), waar in 1994 ook the head of vitus bering is verschenen. Oswald Wieners die verbesserung von mitteleuropa, roman is een uitgave van Rowohlt. Zijn Literarische Essays verschenen in 1998 bij Löcker. Van Gerhard Rühm verscheen bij Reclam Verlag (Stuttgart) een bloemlezing concrete en visuele gedichten, proza en korte theaterstukken. Enkele teksten van de Wiener Gruppe werden met een korte inleiding in het Nederlands vertaald in Raster 11 (1979). Konrad Bayers 'de peer' verscheen in Yang 134 (1987), zijn traktaat de steen der wijzen bij Zegwerk in Gent [interview (Paul Demets) De Kunstberg, Radio 3, 25-4-2000]. Bij Uitgeverij IJzer in Utrecht verscheen het zesde zintuig. een roman. Over der kopf des vitus bering schreef Ton Naaijkens het essay 'Brein op ijs' in Armada 1/4 (sept. 1996).


Erik de Smedt

oorspronkelijk verschenen in Streven, juni 1998